|
|
|
||||
|
|
Waarom een digitaal portfolio In het onderwijs vindt een verschuiving plaats van het kennen naar kunnen. Het doel van opleidingen is steeds vaker dat de deelnemers vaardigheden of competenties verwerven die noodzakelijk zijn voor het zelfstandig functioneren als professional. Hiervoor is het noodzakelijk dat men niet alleen over vakkennis en vakvaardigheden beschikt, maar men wordt ook geacht goed te kunnen communiceren, samenwerken, problemen oplossen etc. Een gevolg hiervan is dat er meer de nadruk komt te liggen op langere leerlijnen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van vaardigheden en competenties. Het inrichten van dergelijke leerlijnen zal van persoon tot persoon verschillen, Daarbij spelen beginsituatie, leerwensen en leerstijl een rol. Bovendien is het van belang dat wordt geleerd in de authentieke alledaagse situatie of in situaties die de complexe alledaagse werkelijkheid benaderen. Deze ontwikkelingen leiden tot de behoefte aan instrumenten waarme men zijn individuele ontwikkeling zichtbaar kan maken. Met deze instrumenten kan men vaststellen wat een persoon al kan en waar nog extra aandacht nodig is. Daarnaast is er behoefte aan instrumenten waarmee een student tussentijds en aan het eind van de opleiding zijn niveau kan aantonen zodat het duidelijk wordt of hij of zij over het gewenste niveau beschikt. Wij menen in het digitaal portfolio in samenhang met de TRM® Talentdeveloper (zie ook op deze website) instrumenten gevonden te hebben die in deze behoeften voorzien. In het onderstaande schema zijn de opleidingsdoelen, leeractiviteiten en leeromgeving in relatie tot het portfolio weergegeven.
Doelen De doelen die men met een opleiding wil bereiken vormen de kern van dit model. In opleidingen waarin men met portfolio's werkt, zullen doelen vaak gepresenteerd worden in termen van competentie- en vaardigheidsprofielen.
Leeractiviteiten Om die doelen te bereiken ondernemen studenten leeractiviteiten. Voor het ontwikkelen van competenties en vaardigheden zijn cognitieve leeractiviteiten alléén niet voldoende. Leren door doen speelt ook een belangrijke rol. Wanneer bovendien uitgangspunt is dat een competente professional in staat is om zichzelf voortdurend te ontwikkelen en op wisselende omstandigheden in te spelen, is het ook belangrijk dat de student het eigen handelen evalueert, analyseert en daaruit lessen trekt.
Leeromgeving De leeromgeving is de fysieke, sociale, psychologische en didactische context waarin leren plaatsvindt Het gaat daarbij niet alleen om de plaats waar wordt geleerd, maar ook om de docent(en), de medestudenten, de (praktijk)begeleider, de opdrachten, de gebruikte instrumenten en de beoordeling. Het instrument portfolio is een onderdeel van de leeromgeving. De stimuli die uitgaan van de leeromgeving zullen in belangrijke mate bepalen welke leeractiviteiten de student onderneemt. De kunst is de leeromgeving (inclusief het portfolio) zodanig in te richten, dat de student die leeractiviteit onderneemt die er toe lediden dat hij de opleidingsdoelen bereikt.
De randvoorwaarden Om die leeromgeving optimaal in te kunnen richten, dient een aantal rabdvoorwaarden te worden vervuld. In het bovenstaande model onderscheiden we drie groepen. Het gaat ten eerste om randvoorwaarden die te maken hebben met de mensen die de leeromgeving mede vorm geven zoals medestudenten, docenten en praktijkbegeleiders (de manager van de student). Daarbij komen vragen aan de orde als:
De tweede groep randvoorwaarden hebben we getypeerd met het woord " management". Daarbij gaat het er ten eerste om of er voldoende bestuurlijk commitment is ten aanzien van de leerdoelen en de leeromgeving. Dit commitment komt niet alleen naar voren in de visie op opleiden , maar ook in de financiële middelen die beschikbaar worden gesteld en de taakstellingen die worden vastgesteld.
De derde groep randvoorwaarden betreft de infrastructuur. Hierbij dient met name gedacht te worden aan de beschikbaarheid en kwaliteit van de informatie- en communicatietechnologie en de ondersteuning bij het gebruik ervan.
|
||||