|
|
|
||||
|
|
€ 2.500,–
per jaar als bijdrage van de overheid U kunt voor personeel dat een deeltijdopleiding in het mbo en/of het hbo volgt jaarlijks een vergoeding krijgen. In 2006 bedraagt dit € 2.500,– (bij een aanstelling van minder dan 36 uur is dit bedrag evenredig lager). De vergoeding ontvangt u via een verlaging van de bruto-loonkosten voor dergelijk personeel. De korting vindt plaats door een vermindering op de totale loonheffing en zij is dus onafhankelijk van het bruto-loon van de betrokken leerling werknemer. Vanaf 1 januari 1998 geldt voor personeel jonger dan 25 jaar een aanvullende voorwaarde. Deze luidt dat het basisloon (dus exclusief ploegendienst- of onregelmatigheidstoeslagen) minder bedraagt dan het zogenoemde toetsloon. Voor 2006 is dat toetsloon bepaald op € 1.732,59 per maand. Personeel dat momenteel al de BBL volgt, of personeel dat al in dienst is en dat wil gaan doen, valt ook onder de regeling.
Eenvoud in gebruik Bedrijven en instellingen kunnen op eenvoudige wijze gebruik maken van deze fiscale regeling. De verlaging van de afdracht aan de Belastingdienst gebeurt zonder aanvraagprocedure. Wel zal een bedrijf of instelling moeten zorgen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst en een praktijkovereenkomst of leerovereenkomst. De landelijke organen beroepsonderwijs geven aan de overheid informatie die nodig is om te kijken of de maatregel goed werkt. De administratieve lasten voor bedrijven of instellingen worden op deze wijze tot een minimum beperkt.
Duaal leren Duaal leren is zoals gezegd een vorm van werkend leren. Werken en leren zijn met elkaar verbonden doordat het leren van kennis en vaardigheden op het werk en op school elkaar aanvullen. Dit vormt samen een beroepsopleiding. De ‘landelijke organen beroepsonderwijs’ (organisaties waarin werkgevers en werknemers zijn vertegenwoordigd) hebben veel invloed op de inhoud en kwaliteit van de beroepsopleidingen; de opleidingen zijn dan ook erkend. Er zijn ongeveer 700 erkende beroepsopleidingen. De opleidingen zijn op het niveau van assistent tot het niveau van gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Ongeacht de leeftijd kan men meerstal meedoen aan de opleidingen. Er zijn wel verschillen tussen het duaal leren binnen het MBO (BBL) en het HBO (deeltijdvariant).
Het leerbedrijf Als een bedrijf of instelling personeel in dienst heeft dat een opleiding volgt in de BBL is er sprake van een leerbedrijf. Dat wil zeggen dat op het werk de mogelijkheid is om de kennis en vaardigheden te verwerven die nodig zijn voor de beroepsopleiding. Dat gebeurt door de deelnemers produktief werk te laten verrichten, maar instructie op het werk is daar ook een onderdeel van. De landelijke organen beroepsonderwijs (MBO) of de opleidingsinstelling (bij het HBO) gaan aan de hand van kwaliteitscriteria vooraf na of een bedrijf of instelling als leerbedrijf kan functioneren. Het voordeel voor een bedrijf of instelling om leerbedrijf te zijn, is dat eigen personeel kan worden opgeleid waarbij de opleiding op school door de overheid wordt betaald. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat kleine bedrijven of instellingen gezamenlijk als leerbedrijf functioneren.
De leerling-werknemer Voorop staat dat de deelnemer voor de WvA (de leerling-werknemer) een werknemer is die een beroepsopleiding volgt. Het bedrijf beslist zelf over het in dienst nemen. Dat kan er toe leiden dat het bedrijf of de instelling zelf personeel zoekt, maar het is ook mogelijk dat het landelijk orgaan beroepsonderwijs, een school of het arbeidsbureau op eigen initiatief leerling-werknemers aanbiedt. Soms zijn hierover op regionaal niveau al afspraken gemaakt. Natuurlijk kan iemand ook zelf het initiatief nemen voor het werken-leren bij een bedrijf of instelling. De deelnemer moet in de meeste gevallen overigens wel aan vooropleidingseisen voldoen. Deze eisen verschillen per beroepsopleiding en per niveau waarop men de opleiding wil volgen.
Overeenkomsten Het bedrijf of de instelling sluit met de werknemer een arbeidsovereenkomst. Zoals alle arbeidsovereenkomsten kan deze voor bepaalde of onbepaalde tijd gelden en kan deze voor vijf of minder dagen per week worden afgesloten. Vaak zijn hierover – en ook over de hoogte van de lonen – in cao's afspraken gemaakt. De leerling-werknemer heeft behalve een arbeidsovereenkomst ook een leer- of praktijkovereenkomst nodig. Deze wordt afgesloten tussen het leerbedrijf, de deelnemer, het landelijk orgaan beroepsonderwijs en de school. In de leer- of praktijkovereenkomst wordt vastgelegd wat de rechten en plichten van de diverse betrokken partijen zijn.
Meer informatie Bedrijven en instellingen kunnen met alle vragen over de BBL, de fiscale maatregel, of vragen over welke opleiding het beste aansluit bij een beschikbare vacature of een persoon die een opleiding kan volgen, terecht bij www.opleidingsadvies.com door middel van de op deze site opgenomen vragenformulier.
De Belastingdienst heeft specifieke informatie beschikbaar over de toepassing van de fiscale maatregel. Belt u met de belastingtelefoon: 0800 - 0443 Of kijkt u op internet: www.belastingdienst.nl
Ook het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in dit
verband informatie over afdrachtverminderingen. Daarvoor kunt u de internetsite:
www.minszw.nl raadplegen. |
||||